Wij zijn een Biljart groep die valt onder de vereniging "De Meerpaal"
en zijn gehuisvestigd in "Het Posthuis" in Middenmeer.
De vereniging heeft ook een Biljart Groep A en andere activiteiten.
Hier doen we het voor.
Stabiel kunnen stoten.
Om stabiel te kunnen stoten, moet als eerst je houding voor het stoten uitvoeren
zoals aangegeven is in de Tips pagina. Denk aan de spreidstand en het mikpunt op de speelbal.
Gebruik de voorhand als volgt. Spreid de vingers en leg de voorhand op het biljart.
Til de wijsvinger of de duim op. Al na gelang wat uw hand kan of toestaat. Plaats de wijsvinger
over de top van de keu en zorg er voor dat de keu niet naar links, rechts, onder en boven
kan bewegen. Beetje knellen. Wel glijdend houden. De achterarm, waarmee we stoten, zo houden
dat de elleboog in uw zijde voelbaar is. houd de bovenarm stil en beweeg de keu naar voren
alleen met de onderarm.
Hard of zacht stoten.
De grote van de beweging van keu bepaald de snelheid van de speelbal, maar heeft ook invloed
op de stabiliteit van de voorhand. Liggen alle ballen dusdanig uit elkaar dat een grote afstand
moet worden afgelegt over het biljart, dan gebruiken we de onderarm. Als de ballen dicht bij
elkaar liggen en moeten we zacht stoten, dan maken we gebruik van de pols beweging. Dit houd in
dat we ook de onder arm NIET gebruiken. Ook maken we de afstand van de voorhand tot het topje van
keu kleiner. Hierdoor worden we automatisch gedwongen om de bewegingen zo klein mogelijk te maken.
Waarom leggen snookerspellers de kin op de keu?
Heeft u wel eens naar Snookerbiljart gekeken? Raad ik u zondermeer aan. Wat mij opviel is
dat ze altijd voor dat ze stoten, de kin op de keu leggen. Ik vroeg mij af waarom?
Het blijkt dat als je dit doet je beter het raakpunt van de te potten bal kunt bepalen.
Je kunt dan beter bepalen hoe dik of je deze moet raken om de 2e bal te kunnen sturen naar
de pocket. Dit kan voor ons bepalend zijn bij het maken van een carrambol. Door dit steeds
te doen kunnen we beter in schatten welke lijn onze speelbal zou gaan lopen. Spelen op de
dikte van de 2e bal is essentieel om deze precies daar te raken om de juiste lijn voor de
speelbal te krijgen om een carrambol te kunnen maken. Het zelfde geld ook voor de snelheid
van de spellbal.